Alles over Alice

ISBN 978-90-73516-49-46, Luc Vanhaecke: Alles over Alice, 2017, 192 blz., hoogte: 18 cm, gebonden, 27,95 euro.

“Alles over Alice” is geïnspireerd op het verhaal dat Charles Lutwidge Dodgson, de ware naam van Lewis Carroll, vertelde in 1862 aan de drie zusjes Liddell, onder wie Alice, op een boottochtje op de Thames bij Oxford.
Op verzoek van Alice schreef hij het verhaal op. Het werd uitgegeven in 1865 onder de titel “Alice in Wonderland.” Hij gaf het uit onder een schuilnaam.
In 1871, zes jaar later – Alice was toen bijna volwassen – kwam er een vervolg op: “Alice in Spiegelland,” dat in feite beter is dan het eerste, maar minder bekend.
Sinds hun verschijnen telden de boeken miljoenen fans, kinderen, maar ook volwassenen. Die laatste zijn geobsedeerd door de vele woordspelingen en de dubbele bodems in de boeken en de vaak eigenzinnige logica van de personages erin.
Er zijn ook boeken die het allemaal proberen te achterhalen, onder andere “The Annotated Alice” van Martin Gardner, verschenen in Amerika in 1960. Van dat boek zijn intussen een miljoen exemplaren verkocht, vooral in het Angelsaksisch taalgebied.

Alice is een eigenwijs meisje, dat model heeft gestaan voor vele andere vrijgevochten kinderen in boeken en films. Maar wat haar zo bijzonder maakt, is haar rijke fantasie en haar grote aandacht voor taal.
De schrijver van de twee Aliceboeken was ook een van de eerste amateurfotografen.

De boeken over Alice worden niet veel meer gelezen door kinderen: ze zijn afgeschrikt door de wat vreemde wereld, als door een telescoop bekeken. Tijd dus voor iets nieuws.

De schrijver van het boek dat voor u ligt is in eerste instantie met de camera aan de slag gegaan. Met beelden die vrijwel uitsluitend via straatfotografie werden gemaakt (waarbij de gefotografeerde dus in geen enkele relatie staat tot het verhaal), heeft hij de fictieve belevenissen beschreven van Alice.
De figuren, gedichtjes en tekstjes in dit boek zijn helemaal anders dan in de boeken van Lewis Carroll. Alice die hier beschreven is, is ook hedendaags. Fantasievol, absurd of af en toe heel nuchter en logisch, wil dit boek de geest en de atmosfeer van de boeken van Lewis Carroll ademen. Ver van het origineel, maar ook heel dichtbij.
Tijd dus voor iets nieuws.

Enkele uittreksels



In het volgende dorp was het weer raak. Daar werd een paardenmarkt gehouden.
De eigenaars van paarden, pony’s, ezels en alles wat daartussen ligt, zetten hun beste beentje voor.
“Kijk, daar staat zo’n meisje zoals jij,” zei de vader van Alice, nadat ze helaas weer uitgestapt waren.
Alice vroeg het meisje de naam van het dier waarmee ze zo’n pret had.
“Het is een muildier,” zei ze. “Dat is een kruising tussen een paardenhengst en een ezel.”
“Ik ken daar een gedichtje over,” sprak Alice.
“Zo,” zei het meisje, “ik ben benieuwd!”
Het ging als volgt:

Een muildier bevuilde de openbare weg
Een agent op de motor, die dat zag
Haalde zijn tablet boven.
Daarin was een kleine gleuf,
“Mag ik uw identiteitskaart?”
Vroeg hij doodleuk,
“Of een ander document met een chip dat hierin past?
Doe het snel, dan zijn we er vlug van af.”
“Tot mijn spijt sta ik niet geregistreerd,”
Sprak het dier, zeer gedistingeerd,
“Want bij mijn geboorteaangifte
Op de openbare stand
Noemde de ene ambtenaar mij een paard
En de andere een ezel.
En zo lang dat niet is uitgeklaard
Kunt u mij geen bekeuring geven!”



Een tandem stond tegen een boom. Daarnaast stond een scooter.
“Hoe ben jij hier gekomen?” vroeg Alice.
“Zoals iedereen,” zei de scooter, “door goed uit mijn doppen te kijken.”
“En wat doe je nu?” vroeg Alice.
“Nu?” antwoordde de scooter. “Nu ben ik werkloos.”
“Werkloos?” vroeg Alice, “daar ken ik een gedichtje over!”

Een werkloze sprong naar de maan.
Maar hij miste ze op een haar.
Nu heeft hij toch een vaste baan
Om de maan.

“Mm,” zei de scooter. “Als ik een dikke buik had, zou ik lachen. Maar ik heb een wespentaille. Ik scheur mijn buik als ik lach.”
“Scheurbuik!” zei Alice. “Ik wist niet dat het ook bij scooters voorkomt!”
“Meer dan je denkt,” zei de scooter. “Maar wij lijden in stilte. Nee, de maan, dat is me te ver. Maar zo’n grote ijzeren bol, zoals op de kermis, daarin wil ik nog wel eens in rijden. Dat is ook naar de maan, toch?”
“Een beetje wel,” zei Alice om hem een plezier te doen.
“Maar wij zijn daar altijd te licht voor,” zei de scooter. “Iedereen vindt ons te licht.”
“Mijn moeder is ook heel erg licht,” zei Alice.
Het ontsnapte haar.
“Hoeveel weegt ze?” vroeg de scooter.
”Vijfenveertig kilo,” zei Alice. “Dat denk ik dan toch, ik weet het niet zeker.”
“Vraag het haar en kom dan eens terug als je het zeker weet,” sprak de scooter en sloot zijn ogen voor een dutje.
“Stomme scooter,” dacht Alice, “bemoei je met je eigen zaken!”
En ze liep verder.


Epiloog

Een dialoog tussen twee ezels uit de Westhoek, door ons opgetekend.
Witte ezel: “Begrijp jij waarom Alice de Westhoek verlaten heeft?”
Zwarte ezel: “Eerlijk gezegd: nee.”
Witte ezel: “Het was een stil meisje. Ze scheen het hier naar haar zin te hebben.”
Zwarte ezel: “Weidse luchten, de wind die steeds uit dezelfde hoek komt en alles doet scheefgroeien.”
Witte ezel: “De bomen groeien scheef, maar de mensen en de dieren niet.”
Zwarte ezel: “Ik groei wel scheef, als het regent en stormt: dan sta ik met mijn kont naar de wind.”
Witte ezel: “Daardoor raakt de wind af en toe buiten adem en moet hij even gaan liggen …”
Zwarte ezel: “Maar van Alice kun je niet zeggen, dat ze buiten adem geraakt. Heb je gehoord waar ze allemaal geweest is? In drie
maanden? Wat een energie heeft dat kind! Ik krijg kippenvel als ik aan haar denk.”
Witte ezel: “Kippenvel? In het Duits zeggen ze dat ze ganzenvel krijgen.”
Zwarte ezel: “Ik zou niet graag een huidtransplantatie krijgen in Europa.”
Witte ezel: “We kregen wel eens iets van Alice, een wortel, een courgette ….”
Zwarte: “Dat is nu allemaal voorbij.”
Witte: “Ze heeft een boek geschreven. Maar ik zal het niet lezen.”
Witte: “Wat bedoel je?”
Zwarte: “Jij bent toch een ezel?!”