Het kerende tij, Oostende en het Leiedepartement tijdens de laatste maanden van het bewind van Napoleon.

deel3Luc Vanhaecke, 2016,ISBN 978-90-735-1648-9, 280 blz, 39,95 euro.

Deel III in de reeks ‘Aspecten van de geschiedenis van Oostende (1803 – 1814)

Na het debacle van Napoleon in Rusland, in 1812, beseft iedereen in Europa dat hij niet onoverwinnelijk is. De laatste dagen van december komt hij terug in Parijs en neemt de zaken energiek ter hand. Hij heeft een nieuw leger nodig en vooral ook paarden. De maatregelen daartoe volgen elkaar snel op. Ook in Oostende en het Leiedepartement (het huidige West-Vlaanderen) voldoet iedereen die een officiële functie bekleedt zonder morren aan de opdracht. Maar het volk, dat met zijn kinderen betaalt, mort wel. Het komt niet tot een opstand, maar in de bosrijke gebieden van het Leiedepartement hebben grote groepen deserteurs zich verstopt. Napoleon stuurt eind 1813 een expeditiekorps om orde op zaken te stellen. Er volgen enkele terechtstellingen van opstandige jongeren uit het departement, onder andere in Rijsel, Tielt en Brugge.
Intussen gaat het economisch leventje zijn gangetje. Er wordt, ondanks het Continentaal Stelsel, lustig handel met Engeland gedreven, door handelaars die in het bezit zijn van licenties, door de keizer zelf ondertekend. In Oostende en Ieper worden de vestingen hersteld om de vijand te weerstaan. Maar tot een aanval op de stad komt het niet. Ook Ieper blijft gevrijwaard.
Toch zijn er sinds januari 1814 overal in het land gevechten met de geallieerden.
Oostende wordt maar bevrijd op 3 mei 1814 en Ieper pas de volgende dag, als Napoleon al lang op het eiland Elba zit.
In 1815 wordt het departement niet meer door Napoleon en zijn troepen verontrust.

De auteur geeft in dit boek de laatste maanden van het regime – tussen 25 november 1812 en 3 mei 1814 – weer, aan de hand van vele onuitgegeven bronnen.

Download de inleiding van het boek (PDF)